Schepenbank 405 / 19 Etten pdf 05-05-2014 pag. 1


Erfdeeling

Tak (: loco pretoris:) deselve et Rijcke E
compareerde Engel Lauwereijssen de Ben woonende tot Gastel als in houwelijk hebbende Elisabeth Cornelis van Nispen van de welcke hij mits hare indispositie tot t gene nabeschreven mondelingh is gelast soo hij al nu verclaarde Jan Korne-lissen van Nispen, Heijltien Kornelis van Nispen, geassisteert met Adriaan Pauwels Coevoets, haren man en voogt, woonende in de Hoeven, Pieter Korn[elis] van Nispen, woonende in Nassouwe polder onder de Clundert Marinus Kornelis van Nispen, Anne-ken Kornelis van Nispen, wed[uwe] Lambrecht Hen-dricx van Lommel geassisteert met mij p[enning]e Adriaantie Adriaan Kornelissen van Nispen geassisteert met Geert Frans Quirijns haaren man en voogt, mede woonende inde Hoeven d voors[zegde] Kornelis Lambrechts Tak als pro-visioneel deelvoogt (:vermits den voogt Jan Kornelis van Nispen, ten desen is condivident:) van de weeskinderen van zal[ige]r Leendert Kornelis van Nispen daar moeder aff is Geertruijd Jacobs van den Eijnde, met de namen Jacob, Dingeman, Huijbrecht, Marinus ende Cornelis, alle kinderen en kints kinderen van Cornelis Adriaanssen van Nispen, den middelste ende Huijbrechtjen Jans Stoffelen beijde zal[ige]r sijden ende verclaarden dat nadien sij lieden op den 17en october 1670 wettelijk tegens de voorn[oemde] hennen vader en grootvader respective hadden gescheijden en gedeelt van de erffgoederen bijde voornoemde Huijbrechtjen Jans Stoffelen nage- laten alnu met malkanderen minnelijk en vriendelijk overkomen en geaccordeert te wesen omme gesamentlijk te erffdeelen de goederen en gronden van erven bijden voornoemde Cornelis Adriaanssen van Nispen, mette doot ontruijmt en nagelaten, invoegen en manieren als volgt te weten Heijltien

Kornelis van Nispen, is na stellinge, prijssinge en werderinge der cavelen bij beint getrocken lote met cavel A; bevallen, en bedeelt op eene stede lants met de huijsinge daarop staande, gelegen tot Sprundel onder den Har-togh groot twee gemeten, des moet tot haren laste nemen de somme van driehondert vijffenseventigh gulden capitaal, die d erffgenamen vers[chreven] Geerard 's Grauwen tot Breda op desen boedel eijsschende sijn vol- gens manuale obligatie, daar van sijnde met nogh vijffentwintigh gulden over verloope intrest van dien en alsso tesamen de somme van vierhondert gulden Pieter Kornelis van Nispen is met de cavel B: beloot en bedeelt op een parceel lants gelegen tot Sprun-del genaamt den acker over straat groot vierhondert roeden, ende de oosthelft van eene weijde gelegen in de Gagelrijsen, groot in 't geheel ontrent achthondert roeden, Anneken Kornelis van Nispen is met de cavel C: beloot en bevallen op een parceel lants gen[oem]t den Peerenblok, groot driehondert roeden vrij p[enninge] ende twee loopen rogge verjaars aanden armen alhier item de helft van een gemet bos gelegen tot Sprundel onder den Hartogh inde Vinckebossen, gemeen met de ander helft toekomende Jan Marinussen de Weert nogh opde weder en west helft van de voors[zegde] acht-hondert roeden weijdt inde Gagelreijsen, Marinus Korn[elis] van Nispen is met de cavel D: beloot en bedeelt, op seshondert roeden lants gen[oem]t Domesen Acker sonder gevolge van t koren daarop besaijt d welcke blijft aan Anneken Kornelis van Nispen, als voorige huirderse vandien, die daartegens ook gehouden blijft, voor desen jare te betalen de ordinare

en extraordinaire dorpslasten, van tselve parceel vrij p[enninge] , ende twee stuij[ver]s twee oort 8 jaars, aande clartuseren[?] tot Geertruijdenbergh nu de graaffelijckheijt van Hollant, item op de gerechte helft van een gemet lants gelegen in den Grauwenpolder Engel Lauwereijssen de Ben nomine uxoris [=namens zijn vrouw] is met de cavel E: beloot en bevallen op ontrent sevenhondert roeden lants gelegen tot Spruncel genaamt de nieuwkoop ende op de wederhelft van t voors[zegde] gemet lants in den Grauwen polder Adriaantie Adriaan Korn[elis] van Nispen is met de cavel F: bevallen en bedeelt op sevenhondert vijfftigh roeden inde leguijten met gevolge alleenlijk vande Hegge aande zuijtsijde gele- gen sonder verder des sal in vergelijckinge der cavelen uijt reijcken aande volgende cavel p[enninge] de somme van tsestigh gulden vande voors[zegde] weeskinderen Leendert Kornelis van Nispen is met de cavels G: beloot en bevallen op tweehondert vijftigh roeden lants genaamt het boghtjen sullende hier aan volgen, de geheele noort sijde Hegge vande leguijt nogh op driehondert vijfftigh roeden genaamt den Heijdoncker, ende sal in vergelijckinge der cavelinge ontfangen vande bovengenoemde cavel F: de somme van tsestigh gulden Jan Kornelissen van Nispen is met de cavel H: bevallen op sevenhondert vijfftigh roeden lants gelegen op t oosteijnde genaamt Andriese goet aen te veerden ijder het sijne terstont behoudens de huirders hennen termijn van bruijkweer met allen de boomen en houtwassen, daarop staande uijtgesondert die gene; welcke albereijts sijn ge-teeckent om ten gemeenen proffijte gevelt en verkoght te werden ende wijders met allen p[enninge] de uijt te reijckene penningen te betalen banus-dage toekomende deses jaars 1681 prcies sonder

intrest ten ware p[enninge] ende offer p[enninge] bekennen p[enninge] renuntierende p[enninge] blijvende gemeen de meublen imboel en verdere effecten om daar uijt de doot en andere loopende schulden voldaan en betaalt te werden actum utsupra

extract

Sch[epen] Nuits Korekooper et Eijcx E:

Joosen Meertens van den Eijnde vendidit om p[enninge] Ma-rinus Kornelis van Nispen sone van den middelste, een huijsken met een halff gemet lants ofte p[enninge] tot Sprundel onder den Hartogh oost de weduwe Jacob Kornelis de Bruijn zuijt 's Heerenstraat west en noort den verkooper vrij p[enninge] ende twee en een half loopen rogge 's jaars in eene rente van twee en een halff veertelen aan den armen tot Sprundel gevest den twee en twintighst februaarij

[etc. etc.]


Homepage | E-mail