Eerste blad   Vorig blad Blad 604 van 627 bladen.Schema bron   Volgend blad   Laatste blad


439936    ? (?) MEESTERS [12358] (code: 2^18+177792).
Otr. [3900] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
439937    ? (?) ? [12359] (code: 2^18+177793).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Arnoldus (Aart) MEESTERS [12357] (code: 2^17+88896), geb. ? te ? (zie 219968).

440264    ? (?) DANCKAARTS [12915] (code: 2^18+177040).
Otr. [4065] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
440265    ? (?) ? [12916] (code: 2^18+177041).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Goris (Goris) DANCKAARTS [12868] (code: 2^17+88520), geb. ? te ? (zie 220132).

440272    Willem (Willem) SCHRAUWEN [12833] (code: 2^18+178128).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Zn. van ? (?) SCHRAUWEN [12834] (code: 2^19+356256) (zie 880544) en ? (?) ? [12835] (code: 2^19+356257) (zie 880545).
Otr. [4038] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
440273    ? (?) ? [12836] (code: 2^18+178129).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Antonius (Antonius) Willemsz SCHRAUWEN [12832] (code: 2^17+89064), geb. ±1523 te ? (zie 220136).
   2. m  Willem (Willem) Willemsz SCHRAUWEN [12837].
Otr. [4039] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
Echtgenote is ? (?) ? [12838].
Dr. van ? (?) ? [12839] en ? (?) ? [12840].
   3. m  Jan (Jan) SCHRAUWEN [12841].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?

440274    ? (?) BUIJS [12843] (code: 2^18+178130).
Otr. [4040] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
440275    ? (?) ? [12844] (code: 2^18+178131).
Uit dit huwelijk:
   1. v  Adriana (Adriana) BUIJS [12842] (code: 2^17+89065), geb. ? te ? (zie 220137).

440276    Cornelis (Cornelis) ? [12825] (code: 2^18+178132).
Otr. [4034] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
440277    ? (?) ? [12826] (code: 2^18+178133).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Andries (Andries) Cornelisz ? [12823] (code: 2^17+89066), geb. ? te ? (zie 220138).

440280    ? (?) KONINGS [12884] (code: 2^18+178136).
Otr. [4055] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
440281    ? (?) ? [12885] (code: 2^18+178137).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Petrus (Petrus) KONINGS [12883] (code: 2^17+89068), geb. ? te ? (zie 220140).

440296    ? (?) CRINCKELS [12931] (code: 2^18+178152).
Otr. [4072] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
440297    ? (?) ? [12932] (code: 2^18+178153).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Peter (Peter) CRINCKELS [12929] (code: 2^17+89076), geb. ? te ? (zie 220148).

445088    Pieter (Pieter) Dirksz in de KLEI [30406] (code: 2^18+182944).
Geb. voor 1425 te ? (bron: ?), ged. ? te ?
Overl. rond 1494 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Zn. van Dirk (Dirk) Jansz in de KLEI [30471] (code: 2^19+365888) (zie 890176) en ? (?) ? [30475] (code: 2^19+365888) (zie 890177).
- van 1450 tot 1458 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [a] voor 10 hond land aan de westzijde van de woning van Frank van de Boekhorst voor 3 wilhelmusschilden. Vorige pachter was zijn vader Dirk Jansz Hazensz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1450 tot 1458 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [b] voor de helft van 11 hond land waarvan hij zelf de ander helft bezit aan de zuid oost zijde van de Gasthuijskamp (ook wel 1 morgen met een kamp met hem gemeen) voor 1 nobel. Vorige pachter was zijn vader Dirk Jansz Hazensz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1452 tot 1458 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [c] voor 3 morgen land genaamd de Steenpetten (ook wel kamp genaamd Steenkamp met een kamp hierop"). Dit voor 7 1/2 wilhelmusschilden. Vorige pachter was Klaas de vleeshouwer. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1452 tot 1458 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [d] van 11 hond maailand in Oegstgeest oostaarts van de kerk op de Broekweg. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1458 tot 1471 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [e] van 2 morgen broekland in de Roeskamp grenzend aan land van de Abdij van Rijnsburg voor 6 vlaamse schilden. Vorige pachter was Jeroen Woutersz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- In 1458 en in 1471 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [f] van 3 morgen liggend tussen zijn land en geestland genaamd de Hogekamp voor 8 hollandse ponden. Vorige pachter was Floris Pietersz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1459 tot 1471 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [g] van 3 (2) akkers in de Klei aan de westzijde van zijn hofstede. vorige pachter was Klaas de Vleeshouwer. Samen met de landhuur een aantal van de hiervoor vermelde pachten [a t/m d] voor 15 wilhelmusschilden. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1470 tot 1478 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [h] van een kamp van 14 hond gelgen op de Zwet aan Houtmeerkamp voor f 3-0-0 of 4-0-0 hollandse ponden. Vorige pachter was Dirk Dirksz en volgende pachter is Dirk Mattheusz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- In 1471 wordt Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [i] van een deel geest aan de westzijde van 's Gravendijk waar van de Abdij van Rijnsburg de andere helft bezit voor 0-10-8. Vorige pachter was Jan Zwan en volgende pachter is Jan Willemsz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1472 tot 1478 vermeld met landhuur [a t/m g] voor 33-12-0 Hollandse ponden. volgende huurders zijn Pieter Pietersz [a, b], korte tijd de Abdij zelf daarna voorgenoemde Pieter Pietersz [b], IJsbrand Jansz [c], Klaas Willem Klaasz [d], Jan Filipsz [e] en Klaas Dirk Klaasz [f]
- van 1474 tot 1487 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [j] voor jongenkamp (verkregen door ruil van een aantal kleinere percelen) voor f13-5-0 of 17-3-4 hollandse ponden. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1476 tot 1487 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [k] van 2 1/2 morgen broekland en een stuk teelland van 2 morgen voor f 11-10-0 of 15-6-8 vlaamse ponden. Vorige pachter was Jan Dirk Hazensz alias Jan Dirksz in de Klei. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1478 tot 1487 wordt Pieter Dirk Jan Hazensz alias Pieter Dirksz in de Klei vermeld met landhuur [l] van 5 hond land voor f2-5-0 of 3-0-0 vlaamse ponden gekocht van de erfgenamen van Matthijs Jansz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- van 1488 tot 1494 vermeld met voorstaande pachtland [j t/m l] voor 38-0-0 vlaamse ponden. Volgende pachter is zijn zoon Simon Pietersz. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?).

Otr. [9137] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
445089    ? (?) ? [30474] (code: 2^18+182945).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Uit dit huwelijk:
   1. m  Simon (Simon) Pietersz in de KLEI [30350] (code: 2^17+91472), geb. voor 1470 te ? (zie 222544).

445120    IJsbrant (IJsbrant) Klaasz DUINDAM (Volk) [30484] (code: 2^18+182976).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. rond 1502 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Zn. van Klaas (Klaas) DUINDAM [30498] (code: 2^19+365952) (zie 890240) en ? (?) ? [30499] (code: 2^19+365953) (zie 890241).
- Van 1487 tot 1505 wordt eerst tot 1502 IJsbrand Klaasz en vervolgens zijn erfgenamen vermeld met landhuur van 5 morgen van een stuk broekland genaamd de Bredeweide voor 4 post gulden. Vorige pachter was Willem Bet en volgende pachter zijn zoon Cornelis IJsrandsz. In 1545 wordt ook zijn weduwe Aagje nog vermeld. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- Van 1503 tot 1505 wordt ene Dirk Klaasz ter Duin vermeld met erfhuur voor een perceel land in erfhuur verkregen van de heer van Noordwijk. De erfhuur is betaald door Ijsbrand Klaasz die op de hofstede woont, Na 1509 worden de erfgenamen van IJsbrand Klaasz vermeld. Het land is door de abdij gekocht waardoor de erfhuur is vervallen. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?)
- Van 1503 tot 1505 worden de erfgenamen van IJsbrand Klaasz Volk vermeld met erfhuur betaald door zijn zoon die op de woning woont voor f 0-4-0 of 0-5-4 in erfhuur verkregen van de heer van Noordwijk. In 1506 is het land door de abdij gekocht waardoor de erfhuur is vervallen. Dit volgens abdij van Leeuwenhorst (bron: ?).

Otr. [9144] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
445121    Aagje (Aagje) ? [30485] (code: 2^18+182977).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. na 1545 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Uit dit huwelijk:
   1. m  Cornelis (Cornelis) IJsbrantsz DUINDAM [30482] (code: 2^17+91488), geb. rond 1480 te ? (zie 222560).

489472    Cornelis (Cornelis) ? [5277] (code: 2^18+227328).
Otr. [2170] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
489473    ? (?) ? [5278] (code: 2^18+227329).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Pieter (Pieter) Cornelisz ? [2303] (code: 2^17+113664), geb. rond 1467 te ? (zie 244736).

496256    ? (?) KIKKERT [26097] (code: 2^18+234112).
Otr. [7849] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
496257    ? (?) ? [26098] (code: 2^18+234113).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Gert (Gert) KIKKERT [26095] (code: 2^17+117056), geb. rond 1485 te ? (zie 248128).

Generatie XX

 
783424    ? (?) KEMP [28786] (code: 2^19+259136).
Otr. [8639] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
783425    ? (?) ? [28787] (code: 2^19+259137).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Dirk (Dirk) KEMP [28785] (code: 2^18+129568), geb. ? te ? (zie 391712).

783432    Geerlof (Geerlof) ? [29065] (code: 2^19+259144).
Otr. [8734] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
783433    ? (?) ? [29066] (code: 2^19+259145).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Willem (Willem) Geerlofsz ? [28883] (code: 2^18+129572) (zie 391716).

783448    Jan (Jan) SCHINKEL [28825] (code: 2^19+259160).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Zn. van ? (?) SCHINKEL [28837] (code: 2^20+518320) (zie 1566896) en ? (?) ? [28838] (code: 2^20+518321) (zie 1566897).
Otr. [8658] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
783449    ? (?) ? [28836] (code: 2^19+259161).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Gijsbert (Gijsbert) Jansz SCHINKEL [28822] (code: 2^18+129580), geb. ? te ? (zie 391724).

786264    Hendrik (Hendrik) Jansz de WITH ([Groot ?]) [31638] (code: 2^20+261976).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. voor 1491 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Zn. van Jan (Jan) Eerstsz de WITH [31640] (zie 1572528) en ? (?) ? [31641] (zie 1572529).
- Op 14-10-1484 wordt Luitje Woutersz vermeld met 3 stukken land in Houten leen van de Riddelijke Duitse Orde. Naastgeland is ene Hendrik Groot Jan Eerstensz. Willem van Schaijk van Oosterum zegeld voor hem (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 86) transcriptie
- Op [21-12]-1491 wordt Wouter Luitjesz vermeld met 3 stukken land in Houten leen van de Riddelijke Duitse Orde. Genoemd wordt zijn vrouw Jan Gerrits dochter. Naastgeland zijn de erven van ene Hendrik Groot Jan Eerstensz. (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 87a) transcriptie
- Op 18-01-1505 wordt Jan Hendrisz de Wit vermeld met sestenhalven mergen land in Houten in leen van de Riddelijke Duitse Orde. Naast geland zijn o.a. Hendrik Jan Eerstensz erfgenamen, Jan de Wit zijn erfgenamen, Willem Snoijens van Oosterum en Gijsbert Gerritsz van Schaijk, Wouter Luijtsz zegeld voor hem (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 91) transcriptie
- Op 18-04-1534 draagt Wouter Luitjesz man van Magerget Arnt Noijensz het pacht van 3 stukken land in Houten leen van de Riddelijke Duitse Orde over aan hun beider zoon Teunis. Naastgeland zijn de erven van ene Hendrik Groot Jan Eerstensz. (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 87a) transcriptie

Otr. [9489] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
786265    ? (?) Stevens de KEIJSER [31639] (code: 2^20+261977).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Dr. van Steven (Steven) de KEIJSER [31642] (zie 1572530).
Uit dit huwelijk:
   1. m  Jan (Jan) Hendriksz de WITH [31636] (code: 2^18+130988), geb. ? te ? (zie 393132).

786266    Luijt (Luijt) Woutersz ? [31644] (code: 2^20+261978).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. voor 1493 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Zn. van Wouter (Wouter) Luijtsz ? [31668] (code: 2^21+523956) (zie 1572532) en ? (?) ? [31815] (code: 2^21+523957) (zie 1572533).
- Op 02-11-1465 vermeld als lantgenood te 't Goij in 56-1 fam Zoudenbalch inv nr 68 (bron: ? (Utrechtse Parentelen deel 1)
- Op 18-02-1469 en 27-02-1469 wordt Ludolf Woutersz vermeld als lantgenoot te Houten het Goij. (bron: 708 bewaarde archieven I inv nr 1144-2 en 1144-3) transcriptie transcriptie
- In 1470 wordt Ludolph Woutersz vermeld in het morgengeldregister als gebruiker van 5 1/2 morgen van de nonnen van Oudwijk, 3 morgen en 1 hont , 2 morgen van Sint Maarten, 11 hont met Beernt Snooy van Scadewijk, 24 morgen van Jan van der Borch en 2 morgen en 2 hont in 't Goy en Houten (bron: Staten van Utrecht inv 58-346 fol 66, 68, 70, 71, 73) bron bron bron bron bron bron
- Op 06-01-1471 wordt Ludolf Woutersz Luijtsz vermeld met 12 morgen land in de Wetering van Schonauwen gemeen met Joost Alfertsz van der Mij man van Ans, erfgenamen Hendrik Keizer, Dirk van Oostrum en Gerrit de Boel in leen van Sint Bartholomeus gasthuis (bron: 709 bewaarde archieven II inv nr 1715-1) transcriptie
- Op 13-03-1473 wordt Ludolf Woutersz Luijtsz man van Bartraet vermeld met 12 morgen land in de Wetering van Schonauwen gemeen met Dirk van Oostrum en Gerrit Baal in leen van Sint Bartholomeus gasthuis (bron: 709 bewaarde archieven II inv nr 1715-2) transcriptie
- Op 20-03-1473 koopt Luijt Woutersz Luijtsz een ½ hoeve te Vechterbroek van het Sint Bartholomeus gasthuis (bron: 708 bewaarde archieven I inv nr 1162-1) transcriptie
- Op 23-12-1474 wordt Luijt Woutersz vermeld met 7 hond in 2 morgen in leen van het Huis Vianen bij overdracht door Geertruida Govert Shijfsz dochter dit volgens 1240 Leenhoff Vianen inv nr 10 fol 143 (bron: ? (Hogenda))
- Op 13-06-1475 krijgt Luit Woutersz 2 morgen land te Bunnikvan Govert Gerrits in eijgendom. (bron: 708 bewaarde archieven I inv nr 1145-5) transcriptie
- Op 04-04-1476 vermeld als tijnsgenoot van de heer van Utrecht in 1005-1 Sint Stevensabdij van Benedictinessen te Oudwijk bij Utrecht inv nr 154 (bron: ? (Utrechtse Parentelen deel 1))
- Op 24-11-1480 dragen Gerrit Dirksz [van Schadijk] met zijn vrouw Geertruida, Willem Jansz met zij vrouw Lijsbet, Harmen Hendriksz met zijn vrouw Machteld, Jan Govertsz met zijn vrouw Janna, Jan Jansz en Arent Jansz 4 morgen en 2 hond land te Houten over aan Luijtgen Woutersz. [Gerrit Dirksz van Schadijk krijgt op dezelfde dag het andere deel] (bron: 216 Dom kapittel inv nr 1219-4) transcriptie
- Op 16-03-1481 wordt Luit Woutersz vermeld met de helft van 2 morgen land die heeft ontvangen van Gerrit Dirksz van Schadijk en diens vrouw Geertruit 14 hond land in Houten (bron: 216 Dom Kapittel Utrecht inv nr 1219-1) transcriptie
- tussen 1481 en 1495 vermeldingen van zowel Luit Woutersz als Wouter Luitsz in domregister in 1487 en 1488 samen met ene Zweder Matthijs (bron: OA Utrecht inv nr 633-9)
1481 bron 1482 bron 1483 bron 1484 bron 1485 bron
1486 bron 1487 bron 1488 bron 1489 bron
1490 bron 1491 bron 1492 bron 1493 bron 1494 bron
1495 bron
- Op 07-01-1484 wordt Luijt Woutersz vermeld met een leen van 3 morgen in Houten van het domkapitel. (bron: 216 Dom kapittel inv nr 1211-3) transcriptie
- Op 26-02-1484 verkoopt Luijt Woutersz Luijtsz schout te Vianen met zijn kinderen Wouter, Peter en Fije bij zijn 1ste vrouw Beatrix Gijsbert Harmensz en Philip, Govert en Cornelis bij zijn 2de vrouw Celie Govert Gerritsz een ½ hoeve te Vechterbroek aan het convent van Sint Ursula (bron: 708 bewaarde archieven I inv nr 1162-2 + 1162-3) transcriptie transcriptie
- Op 02-06-1484 draagt Luit Woutersz 3 percelen te Bunnik over aan het convent van Sint Ursela samen met een halve hoeve die deels aan Wilger Jacobsz toebehoort. (bron: 708 bewaarde archieven I inv nr 1145-6, 1145-7) transcriptie transcriptie
- Op 14-10-1484 wordt Luitje Woutersz vermeld met 3 stukken land in Houten leen van de Riddelijke Duitse Orde. Naastgeland is ene Hendrik Groot Jan Eerstensz. Willem van Schaijk van Oosterum zegeld voor hem (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 86 + 747.0.3) transcriptie transcriptie
- Op 05-01-1485 wordt Luijt Woutersz schout op de Wetering te Houten vermeld als vader van Wouter, Peter, Fije, Philips, Govert en Cornelis. wegens een leen van 3 morgen in Houten van het domkapitel. (bron: 216 Dom
kapittel inv nr 1211-4) transcriptie
- Op 08-03-1485 wordt Luijt Woutersz Luijtsz met zijn kinderen Wouter, Fije en Peter bij zijn 1ste vrouw Beatrix Gijsbert Harmensz en Philip, Govert en Cornelis bij zijn 2de vrouw Celie Govert Gerritsz genoemd met het leen van 4 morgen en 2 hond van het domkapitel. (bron: 216 Dom kapittel inv nr 1219-5 + 1219-6 + 1219-7) transcriptie transcriptie transcriptie
- Op 07-01-1486 wordt het landbezit van Luijt Woutersz in Lopik vervreemd. vermeld worden zijn als voogden over zijn weeskinderen Adriaan Vergou, Pieter Gijsen, Cornelis Govertsz en Adriaan Willemsz van Schaik. Dit volgens archief St Marie 2136-5 (bron: ? (Utrechtse Parentelen deel 1))
- Op 16-05-1488 worden Luit Woutersz en Ernst Dirksz van Scadijck vermeld als borg voor Ariaan Willems wegens de doodslag van een vreemde man bij het huis van Hendrik van Heemskerk (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-13 fol 156) transcriptie
- Op 06-09-1493 worden de erfgenamen van Luijtgen Woutersz vermeld met naestgelegen land. (bron: 216 Dom kapittel inv nr 1219-8) transcriptie

Otr. (1) [9491] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Beatrix (Bartraat) Gijsberts HARMENSZ [31645] (code: 2^20+261979) (zie 786267).
Otr. (2) [9494] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Celie (Celie) Goverts GERRITSZ [31652].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Dr. van Govert (Govert) GERRITSZ [31821] en ? (?) ? [31822].
Uit het eerste huwelijk:
   1. v  Fije (Fije) Luijts ? [31654] (code: 2^18+130989), geb. rond 1460 te ? (zie 393133).
   2. m  Wouter (Wouter) Luijtsz ? [31653].
Geb. rond 1465 te ? (bron: ?), ged. ? te ?
Overl. rond 1538 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
- Op 21-21-1491 (sint Tomasdag apostel) worden Wouter Luijtgensz en zijn vrouw Jan Gerritsdochter vermeld met 3 percelen land van de Duitse orde (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 747.0.1) transcriptie
- tussen 1496 en 1531 vermeldingen van Wouter Luitsz in domregister (bron: OA Utrecht inv nr 633-10,11,12,13)
1496 bron 1497 bron 1498 bron 1499 bron
1500 bron 1501 bron 1502 bron 1503 bron 1504 bron
1505 bron 1506 bron 1507 bron 1508 bron 1509 bron
1510 bron 1511 bron 1512 bron 1513 bron 1514 bron
1515 bron 1516 bron 1517 bron 1518 bron 1519 bron
1520 bron 1521 bron 1522 bron 1523 bron 1524 bron
1525 bron 1526 bron 1527 bron 1528 bron 1529 bron
1530 bron 1531 bron
- tussen 1491 en 1522 wordt de pacht van een ½ hoeven in Vuilkop te Houten gekomen van Wouter Luitjesz vermeld. Deze pacht wordt een aantal maal door zijn broer Philips Luijtjesz betaald (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 880.0.17+ 880.018 + 880.0.19 + 880.0.20) 1491-1494
bron 1494-1499
bron 1494-1496 bron
transcriptie
- Op [21-12]-1491 wordt Wouter Luitjesz vermeld met 3 stukken land in Houten leen van de Riddelijke Duitse Orde. Genoemd wordt zijn vrouw Jan Gerrits dochter. Naastgeland zijn de erven van ene Hendrik Groot Jan Eerstensz. (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 87a) transcriptie
- Op 24-01-1493 vermeld met een hofstede genaamd Leijenberch in Houten (bron: 218-1 Bisschoppen Utrecht inv nr 695 fol 293) transcriptie
- In 1501 vermeld in het morgengeldregister als gebruiker van 12 1/2, 10 en nog 11 morgen in 't Goy (bron: Staten van Utrecht inv 58-349) bron
- Op 05-07-1505 vermeld als schout te Houten en t Goij in overdracht door Wendelmoet Dirk Aarts aan Klaas Frederiksz en vervolgens aan Beernt Proeijs. Dit volgens 657-1 oude handschriften inv nr 1229 (bron: ?)
- Op 18-01-1505 wordt Jan Hendrisz de Wit vermeld met sestenhalven mergen land in Houten in leen van de Riddelijke Duitse Orde. Naast geland zijn o.a. Hendrik Jan Eerstensz erfgenamen, Jan de Wit zijn erfgenamen, Willem Snoijens van Oosterum en Gijsbert Gerritsz van Schaijk, Wouter Luijtsz zegeld voor hem (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 91) transcriptie
- In 1511 wordt Wouter Luitgensz vermeld in het morgengeldregister als gebruiker van 12 1/2, 10 en nog 11 morgen in gebruik bij Jan van Renesse in 't Goy (bron: Staten van Utrecht inv 58-352) bron
- Op 04-06-1516 krijgt Goijert Luijtgensz baljuw een stenen kamer in het Goij in erfpacht van het kapittel van Sint Marie te Utrecht. Zijn broer Wouter Luijtgensz zegelt voor hem. (bron: 221 Kapittel van Sint Marie inv nr 1525) transcriptie
- In 1517 wordt Wouter Luitgensz aangeslagen voor 1 gulden in Houten (bron: Staten van Utrecht inv 58-379) bron
- Op 10-12-1521 zegeld Wouter Luijtsz een pachtbrief van Sint Jan inv nr 709-4 (bron: ? (Utrechtse parentelen deel 1))
- Op 18-04-1524 worden Wouter Luijtgensz en zijn vrouw Margriet Arentsz Noijen genoemd als ouders van Teunis Woutersz die het de 3 percelen land van de Duitse orde in leen krijgt (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 747.0.1) transcriptie
- Op 09-04-1524 zegelt hij een pacht brief voor Jan Hendriksz (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 76) transcriptie
- In 1525 worden Aarnt Baars, Territ Overdam, Willem Stevensz en Eerst Willems ieder aangeslagen voor 1/4 huis in 't Goy in het huisgeld register. (bron: Staten van Utrecht inv 58-373) bron
- Op 10-04-1526 zegelt hij een pacht brief voor Adriaan Jans van Oostrum (diens moeder). in de kantlijn worden ook Jan van Oostrum en Jan Stevensz de Wit vermeld (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 100) transcriptie
- Op 04-04-1529 zegelt Wolter Luitsz (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 1214.0.2) transcriptie
- Op 01-04-1531 geschil tussen de vicaris van de buurtkerk over de 5 morgen lant Lijenberch. Wouter Luijtgensz verklaard dat het al 40 jaar door hem wordt gebruikt en in als gebruiker in erfpacht als oudste zoon van Luitgensz Woutersz heeft verkregen. Zijn vader had het weer als oudste zoon in erfpacht gekregen van Wouter Luijtensz. Dit door de eigenaar Herman Eerstensz Schaij. De vicaris is van meening dat deze eigenaar dat niet had mogen doen en komt met een andere op de proppen. Wouter wordt in het gelijk gesteld. (bron: hof Utrecht 188-1 fol 49) transcriptie
- Op 18-04-1534 draagt Wouter Luitjesz man van Margaret Arnt Noijensz het pacht van 3 stukken land in Houten leen van de Riddelijke Duitse Orde over aan hun beider zoon Teunis. Naastgeland zijn de erven van ene Hendrik Groot Jan Eerstensz. (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 666.0.1 fol 87a) transcriptie
- Op 24-04 1534 draagt Wouter Luitgensz 4 morgen en 2 hondt erfpacht bij het kapittel ten dom over aan zijn schoonzoon Frederik Klaasz man van Weijne. (bron: 216 Domkapittel Utrecht inv nr 1085-1 fol 12 + 1222-10) transcriptie transcriptie
- Op 07-10-1534 bebouwt Adriaen als kennelijk oudste zoon van Wouter Luijtsz de hofstede van zijn vader die hij voor 1/12 de deel in eigendom heeft. Dit volgens staten van Utrecht inv nr 390 [389?] (bron: ? (Utrechtse parentelen deel 1))
- Op 20-03-1535 draagt Wouter Luijtsz 4 morgen en 2 hond over aan zijn schoonzoon Frederik Klaasz man van Weijntje Woutersz. Jonge Jan de Wit is aanwezig als schout en schepen. (bron: Domkapitel Utrecht inv nr 1220 fol 10) transcriptie
- Op 20-05-1535 wordt Anton Woutersz vermeld met 7 hond in 2 morgen in leen van het Huis Vianen bij overdracht van zijn vader Wouter Luijtgensz (bron: 1240 Leenhoff Vianen inv nr 17 fol 62) transcriptie
- Op 18-07-1538 worden Wouter Luijtgensz vermeld als vader van Cornelia Wouters die het de 3 percelen land van de Duitse orde in leen krijgt (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 747.0.1) transcriptie
- In 1540 worden de erfgenamen van Wouter Luijtgensz vermeld in het register van oud schildgeld (bron: ?)
- Op 24-04-1555 worden als erfgenamen van Wouter Luitsz vermeld Wendelmoet Woutersz Luitgensz vrouw van Frederik Klaasz en Adriaan Woutersz weduwe Cornelia (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 705-6 fol 68) transcriptie
- Op 17-03-1593 wordt een proces gevoerd om de Leijenberch. Genoemd worden de kinderen van Wouter Luijtgensz: gebruiker de man van zijn dochter [Wendelmoet] Frederik Klaasz (bron: domkapittel Utrecht 170312) transcriptie
- Op 10-04-1593 wordt een proces gevoerd om de Leijenberch. Genoemd worden de kinderen van Wouter Luijtgensz: gebruiker de man van zijn dochter [Wendelmoet] Frederik Klaasz, Aart Woutersz te IJselstein, Luit Woutersz te Schalkwijk, oudste dochter Metje vrouw van Jacob Thijsz te Culenborch, Beatrix vrouw van Dirk de Witt te Langbroek (bron: domkapittel Utrecht 1703-2) transcriptie
- Op 29-04-1593 akte wegen het proces gevoerd om de Leijenberch. Genoemd worden de kinderen van Wouter Luijtgensz: gebruiker de man van zijn dochter [Wendelmoet] Frederik Klaasz (bron: domkapittel Utrecht 1703-3) transcriptie
- Op 11-06-1593 wordt een proces gevoerd om de Leijenberch. Hierin worden Luijt en zijn half zuster Beatrix uit zijn huwelijk met Margertha Aart Neijen vermeld. Dit volgens hof utrecht inv nr 252-8 (bron: ? (Utrechtse Parentelen deel 1))
- Op 03-07-1593 akte wegen het proces gevoerd om de Leijenberch. Genoemd worden de kinderen van Wouter Luijtgensz: gebruiker de man van zijn dochter [Wendelmoet] Frederik Klaasz (bron: domkapittel Utrecht 1703-4) transcriptie

afbeelding .

Otr. (1) [9495] ? te ? Tr. voor 1491 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Jan (Jan) Gerrits ? [31655].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Dr. van Gerrit (Gerrit) Aemtsz COSIJNS [31656] en Geertruid (Geertruid) ? [31657].
- Op 24-07-1555 worden haar zoon Luijtgen Woutersz vermeld als verwante van de door Zweder Stevensz van Rossem dood geslagen Gerrit Hermansz man van Zweder zijn zuster. Zweder Stevan van Rossem was naar zijn zwager Gerrit Hermansz te Houten om te vragen of diens natuurlijke zoon [Jan] 'de bruid wilde helpen beschenken'. Gerrit was niet thuis maar zat te drinken ten huize van Aert klaasz in Schonauwen samen met Cornelis Aartsz, Gerrit zijn neef. Zweder gaat maar Schonauwen waar Gerrit weigerde aan dit verzoek te voldoen. Hij voegde daar het volgende opmerkingen aan toe 'Gij zijt aan een kruepel ende mank geslacht gehuwd ende gij hebt een lelijk wijf genomen'. Hierop antwoord Zweder 'Ik ben met mijn huwelijk wel tevreden en ik en zal (of God wilt) met mijn wijf also niet leven als gij met u wijf mijn suster gedaan hebt, die gij uit uw huis weg gejaagd hebt'. Gerrit Hermansz. en Cornelis Aartsz vallen Zweder vervolgens aan door hem te slaan met een 'pijckstok [polstok]'. Als hij ter aarde is gestort werpen beide zich op hem werpen. In het verweer heeft Zweder, Gerrit gedood. Hij krijgt gratie tegen 20 gulden als boete. De verwanten van Gerrit moeten zich met de gratie verzoenen genoemd worden, Gerrit Aartsz, Hendrik Aartsz, Herman Willemsz, Teunis Aartsz en Luit Woutersz. (bron: hof van Utrecht inv nr 99-2 fol 416) transcriptie

[mogelijk zat dit ongeveer zo

Gerrit Aemtsz Cosijnsz
x
Geertruid
uit dit huwelijk:
m. Herman Gerritsz Aemstsz zie hieronder
m. Aemt Gerritsz zie hieronder
v. Jan Gerrits zie hieronder

Hermen Gerritsz Aemtsz schepen te houten
x
Delian Adriaans Dirksz
uit dit huwelijk:
m. Gerrit Hermansz* + __-09-1554 te Schonauwen
x(1) Geertruid Jans Roelofsz
x(2) Cornelia Stevens van Rossum
v. Adriana Hermansz
x Willem Gerritsz van Schaik [ouders Herman Willemsz*]

Aamt Gerritsz
x
Maartje Hendriks Stoek
uit dit huwelijk:
m. Gerrit Aartsz*
x Alida Peters van Spijk
m. Hendrik Aartsz*
m. Teunis Aartsz*
x Maartje Stevens van Schaik

Jan Gerrits
x
Wouter Luitsz
m. Luit Woutersz*

* in de doodslag vermelde personen
(bron: ? (utrechtse parentelen deel 1))].

Otr. (2) [9496] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Margriet (Margiet) Aarts NOIJEN [31658].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Dr. van Aart (Aart) NOIJEN [31659] en ? (?) ? [31660].
   3. m  Peter (Peter) Luitgensz ? [31637].
Geb. rond 1470 te ? (bron: ?), ged. ? te ?
Overl. 1544 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
- In 1501 wordt Peter Luitgensz vermeld als eigenaar van 3 morgen land te schonauwen gebruikt bij Jan Hendriksz de Wit . Dit volgens Staten van Utrecht inv 58-349 (bron: ? (utrechtse parentelen deel 1))
- Op 30-12-1501 worden Peter Luijtsz en zijn vrouw Celie Ariaans Geerts vermeld wegens overdracht aan Peternel Hendriks Splinters weduwe. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-1-2 fol 173) transcriptie
- In 1503 Peter Luijtkensz (overl. 1544) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 112 + 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118 + 610-10 fol 21 + 610-11 fol 75 + 610-11 fol 75) bron bron bron bron bron
- In 1504 Peter Luijtkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 112, 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118 + 610-11 fol 75) bron bron bron bron
- In 1506 Cornelia (overl. 1533) dochter van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 112 + 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron bron
- In 1507 Cornelia (overl. 1533) dochter van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 43 + inv nr 610-10 fol 116) bron bron
- Op 26-10-1507 vermelding van Peter Luijtsz als procurator van de Sint Nicolaaskerk te Utrecht (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-13 fol 54) transcriptie
- In 1509 Adriaan (overl. 1534) zoon van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320 + 610-10 fol 246) bron bron
- In 1510 Adriaan (overl. 1534) zoon van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320 + 610-10 fol 246) bron bron
- In 1511 wordt Peter Luitgensz vermeld als eigenaar van 3 morgen land te schonauwen gebruikt bij Jan Hendriksz de Wit . Dit volgens Staten van Utrecht inv 58-352 (bron: ? (utrechtse parentelen deel 1))
- In 1511 geeft hij een schenking voor een grafstede in de St. Nicolaaskerk gelegen voor de heilige Chrisstoffel. Dit volgens bewaarde archieven II inv nr 706 fol 3v (bron: ? (utrechtse parentelen deel 1)))
- In 1513 Luitken (overl. 1529) zoon Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-3 fol 130) bron bron
- In 1513 Adriaan Peter Luijtkensz vermeld met lijfrente verkocht aan Jan Stevensz de Wit (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120) bron bron
- In 1514 Adriaan (overl. 1534) zoon van Peter Luijtkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1515 Luitken (overl. 1529) zoon Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137) bron
- In 1516 Cornelia (overl. 1533) dochter van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1517 Cornelia (overl. 1533) dochter van Peter Luijtkensz en [wijlen] Celie vermeld met lijfrente. Margriet wordt als Petersz vrouw vermeld (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1517 Adriaan (overl. 1534) zoon van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1518 Luijtken (overl. 1529) zoon van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137) bron bron
- In 1518 Celie (overl. 1534) dochter van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1519 Peter Luijtkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118+119 + 610-11 fol 75) bron bron bron
- In 1519 Celie (overl. 1534) dochter van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1520 Jan (overl. 1570/71) zoon van Peter Luijtkensz en Margriete vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118 + 610-11 fol 75) bron bron bron
- In 1522 Aalbert (overl. 1537) zoon van Peter Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1523 Celie (overl. 1534) dochter van Peter Luijtkensz en Celie vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- In 1523 Jan (overl. 1570/71) zoon van Peter Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118 + 610-11 fol 75) bron bron bron
- In 1524 Jan (overl. 1570/71) zoon van Peter Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118 + 610-11 fol 75) bron bron bron
- In 1524 Aalbert (overl. 1537) zoon van Peter Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 118) bron bron
- Op 20-11-1525 worden Philip Luijtsz en Jan Gerritsz beeltsnijder vermeld als voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Margriet Jan Dirksz van Vianen en Peter Luitgensz. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-20 fol 53) transcriptie
- In 1526 vermelding van Peter Luijtsz als brouwer te Utrecht (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-20 fol 62) bron
- In 1530 Willem (overl. 1573) zoon van Peter Luijtkensz en Antonia vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1530 Splinter (overl. 1558) zoon van Peter Luijtkensz en Antonia vermeld met lijfrente. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1534 Neeltje (overl. 1558) dochter van Peter Luijtkensz en Teunisje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-10 fol 246) bron
- In 1534 IJchje (overl. 1573) dochter van Peter Luijtkensz en Teunisje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-10 fol 246 + 610-11 fol 391) bron bron
- In 1535 ? vermelding van Peter Luijtsz als brouwer te Utrecht volgens inv nr bewaarde archieven II Utrecht inv nr 706 fol 3r (bron: ? (utrechtse parentelen deel 1))
- In 1540 vermeld van Peter Luijtsz in rekening van de kameraar (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 568-1 fol 48) bron
- Op 15-07-1544 wordt Peter Luijtsz vermeld als getuigen in de huwelijkse voorwaarden tussen zijn zoon Jan met Jacobje Jans van Hensbeek. Jan is een zoon van Margriet en daarmee erfgenaam van zijn grootmoeder Pieternel vrouw van Jan Dircksz van Vianen en diens vrouw Peternel. Hij brengt in 3 morgen eigen goed te Houten en 3 morgen erfpacht in Vuilkoop bij de Knoest. Andere getuigen zijn zijn neven Johan Philipsz, Johan Both. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 687-26) transcriptie
- Op 19-10-1547 vermelding van Jan Petersz en Willem Willemsz als voogden over de 4 onmondige kinderen van Wijlen Peter Luijtgensz en diens vrouw Anthonia. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-24 fol 41) transcriptie

vermeld in Necrologium van de onze lieven vrouwen broederschap (bron: 708 Bewaarde archieven I inv 310 fol 9) bron.

Otr. (1) [9544] ? te ? Tr. <12-1501 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Celie (Celie) Adriaans GERRITS [31825].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ±1516 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Dr. van Adriaan (Adriaan) Gerritsz ? [31826] en ? (?) ? [31827].
- rond 1491 vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 157) bron

vermeld in Necrologium van de onze lieven vrouwen broederschap (bron: 708 Bewaarde archieven I inv 310 fol 9) bron.

Otr. (2) [9545] ? te ? Tr. ±1517 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Margriet (Margriet) Jans van VIANEN [31828].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. <11-1525 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Dr. van Jan (Jan) Dirksz van VIANEN [31829] en Pieternel (Pieternel) ? [31830].
Vermeld in Necrologium van de onze lieven vrouwen broederschap (bron: 708 Bewaarde archieven I inv 310 fol 16) bron.
Otr. (3) [9546] ? te ? Tr. ±1530 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Anthonia (Teuntje) Willem Jan de BAKKERS [31831].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Dr. van Willem Jan (Willem Jan) de BAKKERS [31832] en ? (?) ? [31833].
- Op 20-03-1550 koopt Antonia weduwe van Peter Luitgens hun kinderen Adriaan, Wouter en Ida uit de boedel. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 704-37 fol 44) transcriptie
- Op 20-06-1554 koopt Antonia weduwe van Peter Luitgens hun zoon Splinter uit de boedel. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 704-37 fol 44) transcriptie [Splinter zien we terug met deze uitkoop in 701 bewaarde archieven 705-5 fol 52v]
- Op 11-01-1555 verkoopt Antonia weduwe van Peter LUijtgensz een huis tussen de Geertruiden en de Smedebrug. Genoemd worden Jan, Willem en Peter Luitgesz als zoonse en Hendrik Hendriksz van Werkhoven en Gijsbert Splinter. Aart Jacobsz van Meteren is de koper (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 705-6 fol 11) transcriptie
- Op 17-01-1555 worden als kinderen van Antonia weduwe van Peter LUijtgensz vermeld wegens de verkoop van een huis aan de oostzijde van de oude gracht. Genoemd worden Jan Petersz, Willem Petersz man van Alida en Splinter Petersz. Daarbij worden Hendrik Hendriksz van Werkhoven en Gijsbert Splinter vermeld. Aart Jacobsz van Meteren is de koper (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 705-6 fol 16) transcriptie

vermeld in Necrologium van de onze lieven vrouwen broederschap (bron: 708 Bewaarde archieven I inv 310 fol 17) bron.

Uit het tweede huwelijk:
   4. m  Philip (Philip) Luijtjesz ? (de Brouwer) [31807].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ±1531 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
- In 1501 zou hij vermeld worden als brouwer in stadsbestuur I van Utrecht inv nr 13 fol 7 volgens Utrechtse Parentelen deel 1 (bron: ?)
- In 1501 word Philips Luijtgensz vermeld onder handschoen ? (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-1-2 fol 7) bron
- In 1502 word Philips Luijtgensz met Jan Jansz de Rijck vermeld als ouderen (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-3 fol 248) bron
- Op 13-09-1502 koopt hij een huis in de Nieuwstraat genaamd de Joseph van Marijtje, Willem Evertsz weduwe. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-3 fol 15) transcriptie
- In 1503 Celie (overl. 1518) dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr610-2 fol 110 + 610-3 fol 130) bron bron
- In 1504 Celie (overl. 1518) dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 110 + 610-3 fol 130) bron bron
- In 1507 Luijtgen (overl. 1535) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 41 + 610-10 fol 116) bron bron
- In 1507 Cornelis (overl. 1547) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 41 + 610-10 fol 116 + 610-11 fol 320) bron bron bron
- In 1509 Luijtgen (overl. 1535) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-10 fol 246) bron
- In 1509 Cornelis (overl. 1547) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-10 fol 246 + 610-11 fol 391) bron bron
- vanaf 1510 betaald Philip Luijtens een aantal maal de pacht van een ½ hoeven in Vuilkop voor zijn broer Wouter Luitjesz (bron: RDO Ridderlijke Duitsche Orde inv nr 880.0.20) transcriptie
- In 1511 Luitken (overl. 1535) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320) bron
- In 1511 Cornelis (overl. 1547) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320) bron
- In 1511 Luitken (overl. 1535) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320) bron
- In 1513 wordt Philips Luijtgensz vermeld als borg voor Peter Staell op de eerste leen-rechtdag in de zaak die deze heeft tegen Ghijsbert Staell. Dit volgens Chambre Héraldique 26 leen- en tijnszaken Gelre en Sticht], fol. 61. (bron: (Utrechtse Parentelen deel 1))
- In 1516 Luitken (overl. 1535) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320 + 610-10 fol 246) bron bron
- In 1517 Celie (overl. 1518) dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130) bron
- In 1517 Anna (overl. 1539) dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130 + 610-9 fol 113) bron bron
- In 1518 Celie (overl. 1518) dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-5 fol 54) bron
- In 1518 Luijtgen (overl. 1535) zoon van Philip Luijtkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-5 fol 54) bron
- In 1524 Cornelis (overl. 1547) zoon Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130 + 610-11 fol 72) bron bron
- Op 01-02-1525 vermelding van Philips Luijtsz als brouwer te Utrecht (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-20 fol 3) bron
- Op 18-08-1525 vermelding van Philips Luijtsz als Raadslid te Utrecht (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-20 fol 37) bron
- Op 17-12-1526 betrokken bij de opstand van een aantal patricische
families tegen het stadsbestuur en verbannen (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 16-19 fol 59v) transcriptie
- Op 16-08-1527 krijgen Philip Luijtgensz en Gijsbert Jans gratie van hun ballingschap. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-20 fol 127) transcriptie
- Op 19-08-1528 vermeld met pachter van een hoeve te Vuilkoop van Sint Marie kapittel (bron: 221 Kapittel Sint Marie 957-3 fol 45 + 1497-2) bron transcriptie
- Op 19-12-1528 vermeld wegens een openstaande schuld van Peter Zweers aan Philip Luijtgens van de verkoop van een boomgaard. (bron: 701 stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-42 fol 42) transcriptie
- In 1529 Cornelis (overl. 1547) zoon Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130 + 610-11 fol 72) bron
- Op 20-07-1529 verkoopt Philip Luitkensz 9 morgen en 2 hond aan Petrus Sweersz (bron: 222 Kapittel van Sint Jan inv nr 332-1 fol 11) bron
- In 1530 Cornelis (overl. 1547) zoon Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130) bron
- In 1530 Delijan Rijcout Rijcoutszdr dochters dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130 + 610-9 fol 113 + 610-11 fol 72) bron bron bron

vermeld in Necrologium van de onze lieven vrouwen broederschap (bron: 708 Bewaarde archieven I inv 310 fol 9) bron
- In 1531 vermeld als overleden lid onze lieve vrouwe broederschap Sint Nicolaaskerk in bewaarde archieven II van Utrecht inv nr 706 fol 3r/3v volgens Utrechtse Parentelen deel 1 (bron: ?)

afbeelding .

Otr. [9547] ? te ? Tr. <01-1502 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Gerritje (Gerritje) Tomas CORLINK [31834].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ±1537 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Dr. van Thomas (Thomas) Willemsz CORLINK [31835] en Stijntje (Stijntje) Pieters BRAAMS [31836].
Gerritje Tomas Corlink was weduwe:
Otr. [9548] ? te ? Tr. voor 1501 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenoot is Jan (Jan) Gijsbertsz HACK [31837].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Zn. van Gijsbert (Gijsbert) HACK [31838] en ? (?) ? [31839].

- In 1499 Geertje (overl. 1518) voordochter van Gerritje en wijlen Jan Ghijsbert Hacken thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 110) bron
- In 1499 Margriet (overl. 1518) voordochter van Gerritje thans en wijlan Jan Ghijsbert vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 110) bron
In 1500 ? Geertje (overl. 1537) weduwe van Jan Ghijsbert Hacken vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-9 fol 113) bron
- In 1501 Geertje (overl. 1518) voordochter van Gerritje en wijlen Jan Ghijsbert Hacken thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 110) bron
- In 1502 Catrina (overl. 1557) dochter Jan Ghijsbert Hacken vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 110 + 610-9 fol 113 + 610-11-72) bron bron bron
- In 1503 Geertje (overl. 1518) voordochter van Gerritje thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130) bron
- In 1503 Margriet (overl. 1518) voordochter van Gerritje thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130) bron
- In 1504 Geertje (overl. 1518) voordochter van Gerritje thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 130) bron
- In 1504 Catrina [voor] dochter Philip Luitkensz en Gerritje vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 110 610-3 fol 130 + 610-9 fol 113 + 610-11 fol 72) bron bron bron bron
- In 1515 Catrina (overl. 1557) voordochter van Gerritje met wijlen Jan ghijsbert Hacken thans vrouw van Philips Luitkens vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-9 fol 113 + 610-11 fol 72) bron bron
- In 1518 Margriet (overl. 1518) voordochter van Gerritje thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-5 fol 54) bron
- In 1518 Geertje (overl. 1518) voordochter van Gerritje thans vrouw van Philip Luitkensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-5 fol 54) bron
- In 1518 Catrina (overl. 1557) voordochter van Gerritje met wijlen Jan ghijsbert Hacken thans vrouw van Philips Luitkens vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-5 fol 54 + inv nr 610-9 fol 113 + 610-11 fol 72) bron bron bron
- In 1536/37 wordt Gerrijchgen, Jan Gijsbert Hacken weduwe vermeld wegens betaling als brouwer in de rekeningen van de 1ste kameraar (bron: 701 Stadsbestuur Utrecht inv nr 590-9 fol 55 + 590-bis-6 fol 55) bron bron

vermeld in Necrologium van de onze lieve vrouwen broederschap (bron: 708 Bewaarde archieven I inv 310 fol 17) bron.

- Op 20-01-1502 tonen Willem van Ass, Beernt van Grueneveld en Peter Victoris huwelijkse voorwaarden van Philip Luijtgensz en Gerritje, Jan Gijsbertsz weduwe. (bron: 701 Stadsbestuur vaN Utrecht inv nr 703-1-2 fol 184) transcriptie
   5. m  Goijert (Goijert) Luijtsz ? [31810].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ±12-1533 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
- In 1507 Goijert Luijtgensz vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 43 + inv nr 610-10 fol 116) bron
bron
- Op 25-07-1508 verklaren Adriaan Jansz en Beertje als ouders van wijlen Anna eerste vrouw van Goijer Luijtgensz dat hij de erfenis mag behouden.(bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 703-14 fol 65) bron
- In 1509 Anna (overl. 1545) dochter van Peter Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320 + 610-10 fol 247 + 610-11 fol 391) bron bron bron
- In 1513 Anna Goijert Luijtkensz (overl. 1545) vrouw Herman Scuericksz by Jan Botte vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1515 Folpert (overl. 1568) zoon van Goijert Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1516 Anna (overl. 1545) dochter van Peter Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente, Ook grootvader Aart van Amerongen draagt bij (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320 + 610-10 fol 247 + 610-11 fol 391) bron bron bron
- Op 04-06-1516 krijgt Goijert Luijtgensz baljuw een stenen kamer in het Goij in erfpacht van het kapittel van Sint Marie te Utrecht. Zijn broer Wouter Luijtgensz zegelt voor hem. (bron: 221 Kapittel van Sint Marie inv nr 1525 + 957-2 fol 162 ) transcriptie bron
- In 1518 Celie (overl. 1568) dochter van Goijert Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1518 Luitken (overl. 1534) zoon van Goijert Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120) bron bron
- In 12-1519 koopt Goijert Luijtkensz brouwer te Utrecht een huis en hofstede te Utrecht achter de Twijnstraat waar hij zelf al beneden naast gelegne is. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 708 fol 62) transcriptie
- Op 26-01-1522 krijgt Goijert Luitgens de helft van 9 morgen land te Heikoop in leen. Het was daarvoor in leen bij Herman Gerritsz en hij krijgt het in plaats van Klaas Gerritsz. (bron: 1240 Leenhof van Vianen inv nr 13 fol 54v) transcriptie
- Op 02-11-1522 wordt Goijert Luijtkens vermeld met de pacht van zes morgen land in Wulverbroek. Zijn broer Wouter zegelt voor hem. (bron: 221 Kapittel Sint Marie inv nr 957-3 fol 29 bron
- In 1529 Aarnt zoon van Goijert Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1530 Marie (overl. 1574) dochter van Goijert Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1530 Aarnt zoon van Goijert Luijtkensz en Margriet vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 120 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1533 wordt Goijert Luijtgens brouwer te Utrecht vermeld als pachter van de Houtense tienden dit volgens 221 kapittel van Sint Marie inv nr 318-4 (bron: ? (Utrechtse parentelen deel 1)
- Op 21-03-1533 wordt Goijert Luitgensz. vrijgesproken van de beschuldiging door de accijnsmeesters dat hij de bieraccijns zou hebben ontdoken (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 13-12 fol 131v) transcriptie
- Op __-11-1533 wordt Goijert Luijtgens vermeld als pachter van 6 morgen 4 hond in Wulven van het kapittel van Sint Maria (bron: 221 Kapittel van Sint Marie inv nr 957-3 fol 71) bron
- Op 12-1533 (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 590-6 fol 50 + 590-bis-3 fol 50) bron bron

Otr. (1) [9549] ? te ? Tr. <1496 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Anna (Anna) Adriaans ? [31843].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. < 1508 te ? (bron: ?), begr. ? te ?
Dr. van Adriaan (Adriaan) Jansz ? (de Snijder) [31844] en Beertje (Beertje) ? [31845].
Otr. (2) [9550] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ?
Echtgenote is Margriet (Margriet) Aarts van AMERONGEN (Folpertsz) [31840].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. 1554 te ? (bron: 709 bewaarde archieven II Utrecht 797-2 fol 4). bron, begr. ? te ?
Dr. van Aart (Aart) Folpertsz van AMERONGEN [31841] en ? (?) ? [31842].
- In 1496 Margriet Aert Folpertszdr van Amerongen, Goeijert Luijtgensz vrouw (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-4 fol 320 + 610-10 fol 247 + 610-11 fol 391) bron bron bron
- In 1498 Margriet Aert Folpertszdr van Amerongen, Goeijert Luijtgensz vrouw (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610 fol 21) bron
- In 1499 Margriet Aert Folpertszdr, Goeijert Luijtgensz vrouw (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137) bron
- In 1501 Margriet Aert Folpertszdr, Goeijert Luijtgensz vrouw (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1504 Margriet Aert Folpertszdr, Goeijert Luijtgensz vrouw (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-3 fol 137 + 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- In 1508 Margriet Aert Folpertszdr, Goeijert Luijtgensz vrouw (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-2 fol 112 + 610-3 fol 137 + 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron bron
- In 1519 Margriet Aert Folpertszdr, Goeijert Luijtgensz vrouw / weduwe (overl. 1554) vermeld met lijfrente (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 610-9 fol 119 + 610-11 fol 76) bron bron bron
- Op 13-01-1541 dragen Margriet, Goijert Luijtgensz weduwe met haar kinderen Folpert Goijertsz, Aart Goijertsz, Anna vrouw van Jan Buth, Celie vrouw van Dirk Hendriksz en de minderjarige Merichje en Margriet een huis met toebehoren tussen de Rodenborgerbrug en de Reguliersbrug over aan Adriaan Jansz de kramer. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 704-27 fol 19) transcriptie
- Op 25-04-1554 draagt Margriet, Goijert Luijtgensz weduwe een huis met brouwerij aan de Twijstraat bij de Voldersbrug over aan hun zoon Folpert Goyertsz. (bron: 701 Stadsbestuur van Utrecht inv nr 704-38-1 fol 96) transcriptie

   6. m  Cornelis (Cornelis) Luijtsz ? [31811].
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
786267    Beatrix (Bartraat) Gijsberts HARMENSZ [31645] (code: 2^20+261979).
Geb. ? te ? Ged. ? te ?
Overl. ? te ? Begr. ? te ?
Dr. van Gijsbert (Gijsbert) HARMENSZ [31823] (code: 2^21+523958) (zie 1572534) en ? (?) ? [31824] (code: 2^21+523959) (zie 1572535).
Uit dit huwelijk: 3 kinderen (zie onder 786266).

Eerste blad   Vorig blad Blad 604 van 627 bladen.Schema bron   Volgend blad   Laatste blad
 

Homepage |E-mail